Actinemys marmorata ( marmorata): Baird & Girard, 1852: Emydidae: Nieuwe Wereld Moerasschildpadden:

(Noord-) Pacifische Moerasschildpad

In de hernieuwde taxonomie is er geen sprake meer van de ondersoorten van Actinemys marmorata.

Sommige auteurs herplaatsten Actinemys bij het geslacht Emys. Emys marmorata is een synoniem.

 

-vertalingen:

Pacific Pond Turtle, Western Pond Turtle

Clemmyde marbrée (du Nord)

(Nördliche) Pazifik-Wasserschildkröte

Testuggine marmorisata (del nord)

Tortuga marmorizada (del Norte)

 

-verspreiding: Canada (? In British Colombia), USA (California, Nevada, Oregon en Washington), Mexico ( Baja California), en geïntroduceerd in Australië ( New South Wales).

 

-leefgebied: Een lange, smalle kuststrook langs de Stille Oceaan ( de ‘Pacific’) vormt het leefgebied van deze moerasschildpadden, van ZW  Canada, door de Verenigde Staten, tot in het NW van Mexico.

Van Washington in het noorden tot Baja California in het zuiden

Ze bewonen de meren, vijvers, rivieren en riviertjes, kreken, lagunes en irrigatiekanalen, waters met zanderige of rotsachtige bodems en veel vegetatie, de vochtige bossen en wet-lands, tot tegen de zee; inclusief brak water en zelfs in zeewater.

-Overige data

Dag-actieve, sterk aan water gebonden omnivoren. Ze eten zowel dierlijke kost ( weekdieren, wormen, (water)insecten en aas, als platendelen, algen.

Dikwijls worden ze gespot, zonnebadend op stukken hout, rotsen en oevers. Alhoewel ze erg watergebonden zijn, worden ze regelmatig opgemerkt op het land, al foeragerend door de wetlands.

Ook om te nestelen gaan de vrouwtjes honderden meters verwijderd van hun waterbiotoop op zoek naar geschikte legplaatsen.

De noordelijke populaties zijn actief van februari tot november, en doen een winterslaap in de modder van de rivieren. De meer zuidelijke populaties zijn het ganse jaar door actief, of houden een zomerslaap.

De naam marmorata verwijst naar het gemarmerde patroon op zowel het rugschild als op de weke delen van de meeste Actynemyssen.

Het brede, gladde carapax is meestal licht-tot donkerbruin, of olijfkleurig. Ofwel egaal van kleur, ofwel getooid met fijne, donkerder lijntjes op elk schildje.

De poten en het hoofd zijn olijfkleurig, geel, oranje of bruin, dikwijls met enkele donkerder vlekken en vlekjes, of ook gemarmerd.

De mannetjes hebben een bijna witte keel en kin.

De ei-afleg gebeurt van april tot augustus. Sommige vrouwtjes leggen twee legsels per jaar van elk 1 tot 11 eieren, andere leggen om de twee jaar 1 legsel. De kleintjes van de meest noordelijke populaties overwinteren in het nest.

 

 

-klimaattype: B – D2

-terrariumtype: T3

-volwassen grootte:  14 tot 22 cm

-status: IUCN-Rode lijst 2011.2: kwetsbaar. Cites app.: niet vermeld.

Actinemys werd onlangs afgescheiden van het genus Emys.

Het was een monotypische soort met twee erkende ondersoorten.

De hernieuwde taxonomielijst ( P.P. Van Dijk et al., 2014) erkent geen ondersoorten van Actinemys meer.

 

Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat er mogelijk minstens 4 ondersoorten te onderscheiden zijn.

1) een grote noordelijke groep (clade), samengesteld uit de populaties van Washington, zuidwaarts tot San Luis Obispo County.

2) de San Joaquin Valley groep uit het zuiden van Central Valley.

3) een geologisch beperkte clade in Santa Barbara en Ventura County.

4) een zuidelijke clade ten zuiden van het Tahachapi gebergte, en ten westen van de Transvers Regio tot in Baja California, Mexico. 

De eerder beperkte populatie in Brits Columbia, Canada, zou geen inheemse soort zijn daar, maar een populatie, ontstaan door introductie in de regio.

Crother (2008) en Spinks & Shaffer (2005) besluiten dat er in feite geen ondersoorten van Actinemys erkend worden.

Wordt vervolgd.

Volwassen marmorata’s hebben erg te lijden onder predatie van roofdieren zoals wasberen, otters, coyotes. De kleintjes vallen veelvuldig ten prooi aan brulkikkers, wezels, raven en vissen.

Het grootste gevaar dat deze soort bedreigt, is het verlies van habitat, en de versnippering , en hierdoor isolatie, van de verschillende populaties.

Meer dan 90% van hun wetlands-habitat is verdwenen door drooglegging ten behoeve van de landbouw ( monoculturen), afbakening van waterwegen, en uitdeining  van de bewoonde gebieden en steden.

In Noord-California was de afdamming van de Trinity rivier nefast voor de soort.

Pollutie, overbegrazing door vee, 4 X 4 off-road ‘sport’, en het verkeer op de reguliere wegen eisen ook hun tol.

In Washington werd de populatie gehalveerd door een epidemie van upper respiratory disease; minder dan 100 dieren overleefden de epidemie.

Invasieve flora ( Tamarisk) veranderden de morfologie en hydrologie van de rivieren ( de populatie van de Mojave rivier werd hierdoor gedecimeerd.).

In Zuid California werden volledige populaties uitgeroeid door brulkikkers.

 

Extra info: natureserve.org