Macrochelodina rugosa, Ogilby, 1890: Chelidae: slangenhalsschildpadden: Australische Slangenhalsschildpadden:

Noordelijke Slangenhalsschildpad.

Macrochelodina rugosa werd in ‘Taxonomie of the turtles of the world, update 2014’ terug Macrochelodina oblonga genoemd. Dat is enigszins verwarrend, want Macrochelodina oblonga was voorheen Macrodiremys oblonga.

De twee ondersoorten ( M. rugosa rugosa en M. rugosa siebenrocki) zijn verdwenen.

 

-Vertalingen:

Northern Snake-necked Turtle

Chélodine rugueuse

Nordliche Schlangenhalsschildkröte

Tortuga de cuello de serpiente del norte de Australia

Tartaruga collo di serpente del nord dell’Australia

 

-verspreiding: Australië, Nieuw Guinea

-leefgebied: De noordelijke kuststreken van het continent, van het Cape York schiereiland westwaarts tot het Kimberly district in West-Australië en het uiterste zuiden van Papoea-Nieuw-Guinea.

De grotere trager stromende rivieren, moerassen en wetlands, met soms diep water, maar ook beken en grachten, huisvesten deze goede zwemmers. Veel van deze waterpartijen drogen geheel of gedeeltelijk uit tijdens het droge seizoen.

-Overige data:

Carnivore dieren die meestal ’s nachts jagen op vissen, insecten, krabben en kreeftachtigen, mosselen, slakken en wormen, ook aas eten, en af en toe wel eens plantaardig voedsel.

Het carapax is ruw ( waaraan de soort zijn naam dankt), en donkerbruin tot zwart van kleur; de onderkant van de marginale schilden is lichtbruin tot geel.

Het plastron en de smalle brug zijn geel, soms met wat donkere vlekken.

De brede, grote kop en de erg lange en dikke nek zijn grijs, bruin tot olijfkleurig aan de bovenkant, lichter ( soms zelfs wit) van kleur aan de onderkant.

De huid en de onderkant van de ledematen zijn lichtgrijs, bijna wit.

Onder de kin hebben ze een variabel aantal baardraden.

Goed ontwikkelde zwemvliezen tussen de tenen.

 

M. rugosa is de enige schildpad ter wereld waarvan men weet dat ze hun eieren onder water leggen. Ofwel is dus de eischaal waterdicht, ofwel is er in het ei een membraan dat het embryo beschermt tegen het water, daar is men nog niet achter..

Aan het einde van het regenseizoen graven de vrouwtjes onder water een kuiltje in het zand van +- 20 cm diep. De eieren overleven tot 12 weken onder water!!!!

De embryo’s gaan in diapauze tot de waterplas enkele weken later opdroogt.

Dat is het sein voor de embryo’s om tot ontwikkeling te komen. Ze doen er dan nog drie tot vier maanden over om uit te komen, aan het begin van het volgende regenseizoen dus.

Eén tot twee legsels per seizoen, 10 tot 16 eieren per legsel.      

 

-klimaattype: A1

-terrariumtype: T1. M. rugosa is een goede zwemmer, en houdt wel van dieper water.

-volwassen grootte: tot 40 cm CL, de lengte van de nek kan 75% van de lengte van het rugschild bedragen.

-status: IUCN-Rode lijst 2013.2: bedreigd. Cites app.: niet vermeld.

Veel nesten worden vertrappeld door o.a. buffels, wilde varkens graven de eieren op, en de Aboriginals zijn dol op het vlees van M. rugosa, dat volgens hen een heilzame werking zou hebben bij ademhalingsproblemen.

Door de voortdurende afname van het aantal exemplaren dat gevangen wordt, zijn er in de Arnhem-regio verschillende schildpaddenkwekerijen die de plaatselijke bevolking voorzien van schildpaddenvlees.